Mate - Diver-city

Mate is an All Star band of Latin Americans all living in Amsterdam. Band leader Marco Carrillo Coppia is a gifted guitarist and flutist, composer and arranger. As a Chilean he is also heir to its traditions of cantautores (singer-songwriters) and yerba mate.
Mate is a very popular kind of tea. Drinking mate is a social event, and a symbol of the good life—even under often difficult conditions. Marco took this habit with him as a ritual typical of his culture and identity, when he migrated to the Netherlands.
The title of his first cd, Diver-city, refers to the diversity of the city that adopted him, Amsterdam. With this record he is finally stepping out of the shadows, proclaiming his musical message of hope and faith in the future.
His brother in arms in Mate is Venezuelan percussionist Marco Toro, who already released three albums on Merusa Records with his salsa-engine The Toro Ensamble. Mate is less salsa-oriented. It is a more rock-infused band; música mestizo with a guitar-sound echoing Santana, Zappa and even the likes of John Scofield. The songs are influenced by funk, jazz, reggae, hiphop, and other—Latin American—traditions. Rudy Albano—another great latin musician—produced the record.
Tracklist
- Cinco Lagrimas Y Una Tormenta
- Break Up
- In The Shadow Of My Soul
- Mate
- Mare Del Sur
- Mientes
- Marea Negra
- Caminando
- Samen
- The Curse Of Malinche
Na jaren in Amsterdam brengt de Chileense gitarist, fluitist en liedjesschrijver Marco Carrillo Coppia de eerste plaat van zijn band Mate uit. Samen met latinmuzikanten van hoog niveau als Marco Toro en Rudy Albano presenteert hij Diver-City (een duik in verscheidenheid): een melange van jazz, latin, flamenco, reggae, rock, funk, samba, Andes-klanken en hiphop. De plaat opent sterk met een flamenco-latinjazzstuk dat enigszins doet denken aan Camarón en Los Piratas del Flamenco, maar dan met een protesttekst kenmerkend voor de Zuid-Amerikaanse cono sur. Dan valt er een grimmige rap in en vanaf het tweede nummer is de teneur gezet voor de rest van de plaat, met veel funk, soul en een beetje drum ’n’ bass. Hier en daar hoor je een Chileense fluitmelodie, Brazilië wordt twee keer opgeroepen, en de sax speelt een belangrijke rol. Over het algemeen klinkt het allemaal erg retro (zo’n beetje van de jaren zeventig tot negentig) met een hint naar Engelse wereldmuziekpioniers zoals Transglobal Underground, op andere momenten wat meer jazzrockachtig, en dan weer met mellow rap in de sfeer van Guru’s Jazzmatazz. Ondanks dit onnavolgbare samenraapsel van stijlen zorgen onverwachte ritme- en sfeerwisselingen toch steeds voor interessante wendingen."
Elda Dorren, MixedWorldMusic.com
